?

Privacy Statement (GDPR)


Beste bezoeker,

In het kader van GDPR hebben wij een privacy statement gelanceerd waarin wij uitleggen hoe wij omgaan met jouw persoonlijke data. Je kan het privacy statement hier terugvinden.

Uw Pretparken.be-team

Resultaten 1 tot 5 van de 5
  1. #1

    [Foto-TR] Miradal - 24 maart en 30 maart 2019

    Iedereen weet dat de stad Leuven al eeuwen bestaat, met een beroemd historisch stadhuis - meermaals het decor voor trouwfeesten in Vlaamse televisieseries - en een universiteit waarvan het verleden teruggaat tot het jaar 1425. Maar weten jullie ook dat er niet ver ten zuiden van Leuven bossen zijn die bij de grootste en oudste van Vlaanderen horen? Het Heverleebos, het Kouterbos, het Meerdaalbos en het Mollendaalbos liggen zo dicht bij elkaar dat ze eigenlijk samen horen. Eén uitgestrekt bosgebied dus, dat in sommige oude teksten blijkbaar de naam Miradal gekregen heeft. Hoewel er regelmatig bomen gekapt en later opnieuw aangeplant worden, zou het gebied in zijn geheel altijd een bosgebied gebleven zijn sinds de Middeleeuwen. Mogelijk zelfs al sinds de laatste ijstijd. Echte oerbossen zijn het zeker niet, daarvoor was en is de invloed van de mens te groot. Maar juist daarom valt er veel te zien en veel over te vertellen.

    Dat is in ieder geval wat ik las in het boek “Miradal” dat mijn vader jaren geleden heeft gekocht. Een behoorlijk dik boek dat probeert om deze bossen uitgebreid te beschrijven. En daar zijn de auteurs zo goed in geslaagd dat ik op het idee kwam om een lange fietstocht te maken, zodat ik alles met eigen ogen zou kunnen zien. In Heverleebos kom ik af en toe eens. Maar Meerdaalbos en Mollendaalbos waren grotendeels onbekend terrein voor mij. Redenen genoeg om daar verandering in te brengen!

    Even ter verduidelijking: Meerdaalbos en Mollendaalbos vormen samen één geheel dat enkel door de Naamsesteenweg van elkaar gescheiden is. Meestal wordt dit als één groot bos beschouwd met de algemene naam Meerdaalwoud. Ook al is Miradal de titel van het boek en van mijn tripreport, in de praktijk gebruikt niemand vandaag nog deze naam. Vraag dus niet naar Miradal wanneer je in Leuven bent, waarschijnlijk zal geen mens weten wat je bedoelt. Vraag gewoon naar Heverleebos en Meerdaalwoud



    Zondag 24 maart 2019. Ik ben vroeg opgestaan en heb een rugzak ingepakt met wegenkaart, picknick en een fototoestel waarvan de batterijen goed opgeladen zijn. Rond negen uur ’s ochtends fiets ik richting Haasrode. Mollendaalbos, het stuk van Meerdaalwoud ten oosten van de Naamsesteenweg, is de plek waar mijn verkenningstocht begint. Nog voor ik bij de eerste geplande stopplaats kom - een soort van schuilhut - passeer ik langs een stevige boom die nu helaas tegen de grond ligt. Vooral de wortelkluit was gigantisch Oordeel zelf maar op de foto, want ik ben 1 meter en 86 cm groot.



    Even later bereik ik de schuilhut die ik graag wou bezoeken. Deze plek zou het hoogste punt van het hele bosgebied zijn, en in het dal achter de hut kan je minstens één waterbron terugvinden. Het bouwsel staat verdacht scheef … het lijkt wel een beetje op dat nieuwe horecapunt in Walibi Holland. Die scheefheid zie je ook op online foto’s van deze plek, maar het bord aan de afgesloten ingang is toch nogal onheilspellend ... Hopelijk slagen ze erin om de schuilhut in volle glorie te herstellen!



    In een bos kom je natuurlijk vooral veel bomen tegen. Maar ook uit bomen kan je kunst maken, zoals beeldhouwer Ad Wouters hier op heel wat plaatsen heeft gedaan. Wie al zijn houtsculpturen in en rond de bossen ten zuiden van Leuven wil zien, moet een wandelroute met de naam het Pad van Ad volgen. Daar was helaas geen tijd voor Dus beperkte ik me tot de mooiste exemplaren die op of vlak langs mijn fietsroute lagen. Hoe dan ook heeft die man prachtige dingen gemaakt! Hieronder alvast Het Uileke en Het fluiterke van het klein geluk. Later in mijn TR zullen jullie nog meer foto’s van zijn houten beelden tegenkomen.




    Dit gedeelte van Miradal was onbekend terrein voor mij. Gelukkig had ik een goede kaart en zijn de boswachters ook zo vriendelijk geweest om straatnaambordjes te plaatsen bij de belangrijkste kruispunten. Tijdens de achttiende eeuw zijn er in het bos immers heel wat brede dreven aangelegd, een geslaagde poging tot nut en sier op grote schaal die we te danken hebben aan de Hertogen van Arenberg. Jawel, zo staat het bijna letterlijk in het boek Met hulp van deze bewegwijzering is het zeer eenvoudig om mijn volgende halte te vinden. De dikste boom van Meerdaalwoud, ongeveer 350 jaar oud en zo bekend dat er een bosweg naar hem genoemd is. Ik volg de Dikke Eikdreef tot aan het kruispunt met de Kanselierdreef en daar staat hij: [/]Den Dikken Eik[/i]

    Twintig jaar zijn er voorbijgegaan sinds de laatste keer dat ik deze plek bezocht. Maar de boom is nog zoals ik me herinner, met het stuk bast dat verdwenen is. Geen paniek: deze beschadiging dateert al uit de jaren 1970, toen een zijtak losscheurde en tegen de stam viel. Hoe dan ook heeft Den Dikken Eik dit incident prima overleefd. Dankzij de zelfontspanner op mijn fototoestel kan ik opnieuw als schaalmodel dienen. Wanneer er even later een groep ruiters passeert, hoor ik hen over de boom praten en vraagt één persoon zich af hoe oud hij zou zijn.



    Mijn volgende stopplaats ligt gelukkig niet al te ver: een reeks bomen langs de Kanselierdreef waarin letters en woorden gekerfd zijn. Volgens het boek dat ik las, zou het bij minstens één van deze bomen gaan om een soort herdenkingsteken voor zeven of negen inwoners van het nabijgelegen dorp Hamme-Mille, die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de bezetter zijn opgehangen omdat ze ervan werden beschuldigd francs-tireurs te zijn. Of dat klopt valt moeilijk te zeggen. Ik vond nergens een bevestiging van dit verhaal en andere bronnen betwijfelen het zelfs. Hoe dan ook zag ik op deze plaats heel wat bomen met zulke ‘graffiti’. Het zou me niet eens verbazen moest een deel ervan recenter zijn dat WO I en ingekerfd door wandelaars die zich lieten inspireren door wat er al stond. Maar ook dat blijft uiteraard persoonlijk giswerk



    Ik zet mijn weg verder doorheen de Eleonoradreef, op zoek naar een soort van aarden wal die hier opvallend de weg moet kruisen. Deze plek vind ik zonder al te veel moeite terug - er staat zelfs en informatiebord bij - maar op foto is het nu ook niet zo spectaculair. Dus toon ik jullie liever een foto van de boomstronk met paddenstoelen waar ik voorbij fietste. Intussen ben ik ook in de buurt van de Naamsesteenweg gekomen. Een brede asfaltweg die dwars doorheen Heverleebos en Meerdaalbos loopt en waar de auto’s flink doorrijden. Met andere woorden: een levensgevaarlijk obstakel voor de dieren die in het bos wonen. Gelukkig heeft men daar een mooie oplossing voor bedacht. Hier staat een ecoduct: een brede brug die een veilige oversteek vormt voor de plaatselijke fauna. Volgens mijn kaart mogen voetgangers en fietsers het ecoduct niet gebruiken, maar ruiters wel. Misschien omdat de wilde dieren dan enkel het paard ruiken in plaats van de persoon die erbovenop zit? Eigenlijk had ik deze brug weleens langs de bovenkant willen zien. Maar het leek me beter om de beesten met rust te laten en mijn vuile voeten er niet te zetten. Dus moeten jullie het stellen met een foto die vanaf de Naamsesteenweg genomen is.



    Vrij dicht bij diezelfde Naamsesteenweg ligt een zandgroeve die nog steeds gebruikt wordt. Hier komen de boswachters af en toe zand halen om de paden in het bos te onderhouden. Het grasveld voor de loodrechte wand van de groeve zou in feite nog een gezellig kampeerterreintje kunnen zijn. Helaas is wildkamperen in Miradal niet toegelaten, met uitzondering van twee bivakzones waarvan ik één later nog zal bespreken. Een tentje opzetten bij dit weiland zit er dus niet in.



    Mijn verkenningstocht in het Mollendaalbos loopt stilaan ten einde, maar op de kaart stond er een plek aangeduid waar blijkbaar nog iets speciaals te zien moest zijn. Snel daarheen dus. Het blijkt om een soort oude ravijn te gaan die ontstaan is door erosie vanaf de akkers in de buurt (we zitten nu aan de zuidrand van het bos). En ook hier kom ik dode boomstronken met paddenstoelen tegen. Waarschijnlijk heb ik te veel fantasie, maar van dichtbij gezien lijken het wel sandwiches.



    Na de Naamsesteenweg over te steken begin ik aan mijn beklimming richting het plateau van Saint-Nicaise. Een Franstalige naam en dat is ook gewoon logisch, want we zijn net de taalgrens gepasseerd.
    De bossen van Miradal liggen voor het overgrote deel op Vlaams grondgebied. Toch moet ik het kleine stukje in Wallonië zeker eens bezoeken. Hier kan je een aantal grafheuvels uit de prehistorie terugvinden. Het kost mij als fietser wat moeite om er te geraken, want de wegen op dit plateau zijn nogal modderig. Maar dankzij het extra kaartje dat ik thuis had afgeprint bereik ik uiteindelijk toch de plek waar de grafheuvels moeten zijn. Stiekem valt het een beetje tegen: als je niet Indiana Jones heet of geen archeologie gestudeerd hebt, kan je met veel moeite een paar overwoekerde bulten in het bos zien waarvan ik hoop dat het inderdaad die grafheuvels zijn. De foto hieronder is misschien nog de duidelijkste die ik heb kunnen maken. Toch ben ik blij dat ik de moeite deed om naar hier te komen, want het plateau van Saint-Nicaise is best een gezellig stuk bos en de grafheuvels zijn zo oud dat ze me hoe dan ook wel intrigeren.



    De route loopt nu omlaag, terug naar Vlaanderen, van het plateau naar de Warandevijver. Nog zo’n plek waar ik sinds mijn kinderjaren niet meer geweest was. Volgens mijn boek werd deze vijver ooit aangelegd als drinkwatervoorziening in een zeventiende-eeuws wildpark waarin herten gekweekt werden. Uiteraard bestaat dat wildpark nu niet meer, maar de vijver is er wel nog.



    Het is geen toeval dat ik mijn Miradal-trip eind maart gemaakt heb. De lente is in aantocht, wat betekent dat de bosanemonen in bloei staan! Een klein plantje dat tijdens de rest van het jaar niet eens opvalt, maar tijdens de bloeiperiode kunnen ze soms hele tapijten van witte bloemetjes vormen. Mijn vader - die als jogger vaak in het bos komt - had me verteld dat ik in dit deel van Meerdaalbos moest zijn. Ik doorkruis het gebied minstens twee keer om zo veel mogelijk goede foto’s te maken. Laat ze in het Hallerbos maar opscheppen over hun hyacinten … wij hebben onze bosanemonen en die zijn minstens even mooi.





    Ik fiets weer in noordelijke richting, doorheen bosreservaat De Heide waar - volgens mijn boek - de boswachters een poging doen om het zogenaamde middelhoutbeheer van vroeger te herstellen. Wees gerust, ik ga jullie niet lastigvallen met een uitgebreide verhandeling over bosbouw … ik ken daar zelf trouwens absoluut niks van Maar het viel me wel op dat het bos links van het wandelpad een heel ander uitzicht had dan rechts van het wandelpad. Oordeel zelf maar op mijn foto’s , die wel degelijk op hooguit twintig of dertig meter van elkaar genomen zijn.




    Na het verlaten van het bosreservaat sla ik linksaf om bij het kruispunt van de Walendreef en de Prosperdreef te komen. Hier zijn twee dingen die ik absoluut wil zien. Ten eerste twee eenvoudige schuilplaatsen met een metalen dak die bij de vroegere Springputten horen. Vanaf 1944 tot midden jaren 1960 werd het terrein ten noordoosten van het kruispunt door het Belgisch Leger gebruikt om oorlogsmunitie te vernietigen door deze in putten van ongeveer twaalf meter diep te laten ontploffen. Vandaag zijn beide golfplaat-schuilhutten het enige zichtbare overblijfsel, want het terrein zelf is volledig dichtgegroeid en opnieuw een volwaardig bos geworden. Toch moet ik toegeven dat de schuilplaatsen er ondanks hun leeftijd nog best stevig uitzien. Als ik in deze buurt ooit verrast wordt door een zomerse plensbui dan weet ik waar dekking te zoeken



    Vlak bij het kruispunt Walendreef/Prosperdreef is ook de zogenaamde Tiense Groef duidelijk te herkennen. Deze heeft genoeg historische waarde om ter plekke aangeduid te zijn met een mooi infobord en uitgebreid besproken te worden in mijn boek. De Tiense Groef, een drie kilometer lange greppel die dwars doorheen het Meerdaalbos loopt, is waarschijnlijk een oude Gallo-Romeinse weg of een oude industriële weg voor ijzerwinning. Sommige onderzoekers beweren dat er een religieuze betekenis aan vast hing, maar dat idee vind ik zelf nogal vergezocht In ieder geval is de greppel op sommige plaatsen - zoals hier - nog erg goed te zien. Na het bekijken van de Tiense Groef fiets ik zuidwaarts over de Prosperdreef. Hier staan de bosanemonen echt mooi in bloei en daar moet ik toch wel wat extra foto’s van maken. De wanden langs de dreef worden steeds steiler, totdat ik echt in een holle weg zit. Ook een foto waard!



    De avond begint stilaan te vallen en ik ben nog niet eens halverwege mijn fietstocht … niet erg, volgend weekend kom ik gewoon terug voor het tweede deel. Onderweg naar huis stop ik nog bij enkele dingen die niet al te ver uit de buurt liggen en die ik graag wou zien. De Stenen Tafel bijvoorbeeld, een zeer treffende benaming voor wat het uiteindelijk blijkt te zijn. En ook de Tomberg, de op één na hoogste plek van het hele bosgebied en de plaats waar lang geleden de woudrechtbank gevestigd was. Jawel, volgens mijn boek had het Meerdaalwoud lang geleden een eigen rechtbank die straffen uitdeelde voor stropen, houtdiefstal, illegaal dieren laten grazen, etc. Vandaag vind je bovenop de Tomberg een toeristisch bord met geschiedkundige uitleg, en een houten constructie die wat mij betreft de vroegere woudrechtbank zou kunnen symboliseren. Al is dat laatste ongetwijfeld één van mijn vergezochte fantasieën

    Het begint al te schemeren , maar ik fiets nog snel even over de houten brug bij de Naamsesteenweg. De foto heb ik vooral genomen om te laten zien hoe jammer het eigenlijk is dat zo’n gewestweg dwars doorheen dit bos loopt. Gelukkig besef ik dat deze situatie historisch gegroeid moet zijn. Wie vandaag dit soort baan midden in een bosgebied zou willen aanleggen, zou ongetwijfeld gelyncht worden door alle natuurverenigingen in België. En terecht ook als je het mij vraagt. Gelukkig is er al één ecoduct en zijn ze volop bezig met de bouw van het tweede exemplaar.




    Daarmee was deel 1 van de Miradal-trip ten einde. Zoals gevraagd wordt door de boswachters heb ik niets meegenomen naar huis, behalve mijn herinneringen, een reeks foto’s en … een teek die zich tot overmaat van ramp al in mijn been had vastgezogen Gelukkig hadden we thuis een tekentang liggen waarmee we het ongedierte correct konden verwijderen. Maar ik had wel mijn lesje geleerd voor de volgende keer.
    Once you sit back, you never go back.

  2. #2

    Re: [Foto-TR] Miradal - 24 maart en 30 maart 2019

    Zaterdag 30 maart. Een vrije dag, een gunstige weersvoorspelling en nog zo veel te ontdekken in de bossen ten zuiden van Leuven! Dan is de beslissing snel gemaakt. Gewapend met rugzak, fototoestel en grondig ingespoten met een anti-teken-spray van de apotheker kroop ik terug op mijn fiets voor het tweede deel van de tocht.

    Deze keer reed ik langs een andere weg naar mijn bestemming. Het oostelijke deel van Meerdaalbos (met andere woorden, Mollendaalbos) had ik al vrij uitgebreid gezien. Hoog tijd dus om de westelijke helft van Meerdaalbos te verkennen. Ik fiets over een soort veldweg aangehard met twee betonnen stroken, die als het ware symbolisch eindigen bij de plaats waar het bos begint. Al bleek mijn theorie achteraf toch niet helemaal te kloppen, want een eind verder was de weg opnieuw verhard. Toch vond ik het een toepasselijke manier om de bosgrens aan te duiden Rechts van de weg ligt een groot militair domein, dat tot niet zo heel lang geleden het noordwestelijke deel van Meerdaalbos volledig innam. Gelukkig zijn enkele paden in dit gebied nu opengesteld voor het publiek. Vandaag is ook een mooie gelegenheid om de mast op dit domein eens van wat dichterbij te zien. Het witte knipperlicht dat ’s nachts bovenaan deze mast schijnt, kan je zelfs bij ons thuis in Heverlee - ongeveer vijf kilometer verder - nog goed zien aan de horizon.



    Uiteindelijk verlaat ik definitief de verharde wegen en kom ik bij mijn eerste echte halte van de dag: de Dikke Beuk. Niet zo dik als de eik die ik vorige week bezocht, maar nog steeds een boom van zeer respectabele omvang.



    Nog dieper in het bos passer ik langs een grafheuvel, deze keer uit de Gallo-Romeinse periode. In feite gaat het om twee heuvels die met elkaar verbonden zijn door een aarden wal. Het geheel werd vroeger soms Het Fort of Het Schoon Werk genoemd. Eerst fiets ik per ongeluk voorbij deze plek omdat de grafheuvels niet vlak langs de weg liggen. Zelfs het infobord dat erbij hoort, staat midden in het bos opgesteld. Maar niet veel later vind ik ze toch. Ik wandel er helemaal omheen door de begroeiing (hopelijk jaagt die spray alle teken op de vlucht) zodat ik een paar foto’s kan maken. Maar het resultaat daarvan vond ik achteraf toch wat tegenvallen. Dus staan er in dit TR geen foto’s van Het Schoon Werk. Er zijn nog zo veel andere dingen die ik jullie wil tonen.

    Nog verder naar het zuiden - bijna aan de grens met Wallonië - moet nog minstens één grafheuvel liggen. Eerst denk ik dat het gaat om het vreemde bultje waar een soort gracht doorheen snijdt (zie hieronder) maar iets verderop kom ik een wat grotere berg aarde tegen die volgens mij de bedoelde grafheuvel is. Al durf ik dat toch nog steeds niet met zekerheid te zeggen.



    De volgende plek die ik graag wil zien, bevindt zich echt aan de zuidrand van het bos. Ik fiets langs de Nethensebaan die eerst nog een gewone dreef is, maar die steeds smaller wordt om op den duur in een echte holle weg te veranderen. Best wel spectaculair, maar niet erg handig wanneer je andere fietsers en ook ruiters moet kruisen. Even later zie ik in de berm de Muur van Savenel waar ik naar op zoek ben. Deze muur zou ongeveer vier kilometer lang zijn en omsluit een groot stuk grond dat een afzonderlijk domein vormt. Hertog Lodewijk Engelbert van Arenberg heeft er op het einde van de achttiende eeuw nog een soort reservaat voor everzwijnen van gemaakt, zo las ik in het boek over Miradal. Helaas werden deze beestjes allemaal afgemaakt in het jaar 1790 Toch blijft de muur zelf ook vandaag zeker nog een bezoekje waard.



    Ik heb nu bijna de westrand van Meerdaalbos bereikt, maar hou nog even halt bij het Herculessalon. Deze open plek ligt - hoe kan het ook anders - bij de Herculesdreef en maakt deel uit van de reeds vermelde ‘poging tot nut en sier op grote schaal’ die we aan de hertogen van Arenberg te danken hebben. Nog steeds doet het bosbeheer duidelijk moeite om hier een gezellig hoekje van te maken. Een picknicktafel, een lange bank in de vorm van een halve cirkel en enkele houten beelden van Ad Wouters zijn daar het beste bewijs van.



    Na het Herculessalon gezien te hebben fiets ik helemaal naar de westelijke rand van het bos, tot ik bijna in Sint-Joris-Weert ben. Dit dorp hoort bij de gemeente Oud-Heverlee en misschien herkennen jullie de naam wel omdat het één van de treinstations tussen Leuven en Walibi is. Maar aan de rand van dit dorp, vlak bij het bos, ligt de stopplaats waar ik bij het plannen van mijn fietstocht stiekem het meest naar uitkeek. Ook al wordt er in het boek met geen letter over gerept en zal geen enkele toeristische brochure deze plek promoten. Verlaten en overwoekerd, toneel van moord en misdaad, gekend bij de Leuvense Brandweer …. Kortom, het Hellhole van Miradal. Welkom op La Hêtraie.

    La Hêtraie is - of beter gezegd, was - een camping aan de bosrand, met een groot aantal caravans en chalets. Helaas is deze locatie officieel altijd een natuurgebied geweest, en volgens het Agentschap Natuur en Bos zal dat ook altijd zo blijven. De camping stond er dus eigenlijk al sinds zijn begindagen illegaal. De afgelopen jaren heeft men er dan ook alles aan gedaan om deze te ontruimen, en dat is behoorlijk goed gelukt. Vandaag zijn er nog hooguit vijf chalets bewoond, waarschijnlijk zelfs minder. De rest van het terrein is verlaten. Je treft er alleen ruïnes van caravans en chalets aan, de ene na de andere. Sommige zijn roetzwarte puinhopen, want La Hêtraie heeft intussen een stevige reputatie op het vlak van brandstichting. Volgens sommige bronnen heeft het hier de laaste twintig jaar ongeveer vijftig keer gebrand, en bijna altijd was het vuur aangestoken. Men fluistert dat de daders vroegere bewoners zijn, die hun leegstaande chalet in brand steken omdat dit hen financieel beter uitkomt. Maar er werd nog nooit iemand gearresteerd …

    https://www.hln.be/regio/oud-heverle...ping~a1acce46/
    https://www.hln.be/regio/oud-heverle...raie~a95bde0d/

    Bij mijn online zoektocht naar meer informatie kwam ik zelfs een nog dubieuzer verhaal tegen, over de dubbele moord die hier in 1985 gepleegd is. Officieel is deze zaak nooit opgelost geraakt. Maar mogelijk zou er een verband zijn met de Rijkswacht, en zelfs met een paar andere misdaaddossiers die in België nog veel beruchter zijn.

    https://bendevannijvel.com/andere/x-...s/verbanden/2/

    Nu kan je vragen wat mij bezielde om dit Hellhole te willen bezoeken. Dat ging eigenlijk toevallig. Ik werk als postbode in de regio rond Leuven, en ons kantoor doet ook de brievenbedeling in Sint-Joris-Weert. Een paar weken voor mijn fietstocht - ik was de route al aan het plannen - moest ik post insteken bij het handjevol chalets in La Hêtraie die nog bewoond zijn. Ik wist toen al lang dat dit een beruchte ex-camping was en uit nieuwsgierigheid liep ik nog even door het onbewoonde gedeelte. Mijn besluit stond meteen vast: hier moest ik zeker nog eens komen, maar dan buiten de werkuren en met fototoestel. Vandaag was het eindelijk zover!




    Met mijn fiets aan de hand passeer ik langs een bord met een plattegrond van de vroegere camping. De weinige nog bewoonde percelen heb ik vermeden: om de privacy van die mensen te respecteren, om geen ruzie te krijgen en omdat ik eigenlijk alleen geïnteresseerd was in het leegstaande gedeelte, dat verreweg het grootste stuk van de ex-camping inneemt. Overal kom ik ruïnes tegen van chalets en caravans, met gebroken ruiten en kamers die vol rommel liggen. Af en toe zie ik ook één van de afgebrande percelen. Sommige details zijn zelfs bizar: een nagenoeg intacte wasmand midden in een krotwoning, kinderspeelgoed dat op de weg ligt, verkeersborden die tussen het groen verdwijnen. En op heel wat plekken zie je hoe planten alles aan het overwoekeren zijn. La hêtraie is niet zomaar een door mensen verlaten plek … je kan gerust zeggen dat de natuur het hier aan het overnemen is.





    Klinkt dit ons bekend in de oren? Jazeker. Als je het mij vraagt, zou la Hêtraie een prima uitvoering kunnen zijn van wat men in Walibi Holland probeert te bereiken met Wilderness. Hoe dan ook loop ik de hele tijd rond met het idee dat Mascha en haar ploeg eens op studiereis moeten komen. En eerlijk is eerlijk: het spreekt me wel aan. Misschien ligt het aan mezelf, misschien is het een voorliefde voor surrealisme die elke goede Belg hoort te bezitten. De absurditeit van deze plek is zo totaal dat ik meer dan zeventig foto’s heb genomen. Het kostte mij heel wat moeite om een selectie te maken voor dit tripreport. Ze zijn redelijk goed gelukt, al moet ik helaas toegeven dat de algemene sfeer van het gebied voor een belangrijk deel verloren gaat op een foto





    Vreemd genoeg is het helemaal niet eng of onaangenaam om in mijn eentje rond te wandelen over deze beruchte ex-camping. Ik heb me op geen enkel moment onveilig gevoeld. En dankzij het mooie lenteweer bleef er zelfs nog iets over van de gezelligheid die hier vroeger - voor het algemene verval - vast wel aanwezig was. Het is moeilijk uit te leggen, maar La Hêtraie is een fraai stukje surrealisme dat echt de moeite loont om eens gezien te hebben. Als Walibi Holland erin slaagt om in Wilderness een gelijkaardige sfeer te scheppen die ongeveer hetzelfde effect heeft, dan zou ik dit een zeer geslaagde themazone vinden. Al hadden ze de graffiti moeten weglaten. Die is in La Hêtraie immers nergens te vinden, behalve de officiële markering ‘ANB’ op enkele chalets (Agentschap Natuur en Bos)





    Ik laat Wilderness 2.0 achter mij en fiets opnieuw het bos in. Niet veel verder ligt de Hertenbron. De kans is groot dat de kampeerders hier vroeger hun flessen kwamen vullen, want men zegt dat het water van deze bron zuiver genoeg is om het rechtstreeks te drinken. Natuurlijk heb ik dat ter plekke uitgeprobeerd … en het feit dat ik nu nog perfect in staat ben om dit TR te schrijven bewijst de juistheid van die bewering Ik heb er in ieder geval niets raars aan overgehouden.



    Mijn fietsroute voert me verder noordwaarts tot ik bij De Kluis kom. Ook al zijn we nu niet zo ver van het dorp Sint-Joris-Weert, dit gebouw ligt midden in het bos. Op de bijbehorende website wordt het zelfs omschreven als ‘het oudste jeugdverblijf van Vlaanderen’. De scouts gebruiken het domein regelmatig en het is dan ook geen wonder dat ik er op een zonnige zaterdagmiddag niet alleen ben. Zoals je op mijn foto kan zien, liepen er heel wat kinderen rond. Ook Ad Wouters heeft hier één van zijn houten beelden geplaatst. Officieel heet dit exemplaar Baloe, al had ik Moeder met kind ook een passende titel gevonden. In ieder geval is het opnieuw een erg mooi kunstwerk. Bij De Kluis liggen ook twee vijvers. Eén ervan - de Paddenpoel - bezit zelfs een eigen volkslegende. Helaas ben ik vergeten hoe dat verhaal ook alweer ging … maar je kan het teruglezen op de infoborden die hier staan. De tweede vijver heb ik ook gezien en was deels dichtgegroeid met gras.




    Door de Herculesdreef te blijven volgen, passeer ik vanzelf langs een ander beeld van Ad Wouters dat luistert naar de enigszins vulgaire naam De Bosprotter. Bij uitzondering heb ik deze keer ook de achterkant van het beeld gefotografeerd om te bewijzen dat hij inderdaad geen broek draagt Vlak bij de Bosprotter is een flink stuk bos ingericht als een soort speelzone voor kinderen. De kloof onder de hangbrug op mijn foto zou opnieuw de Tiense Groef zijn. Die groef loopt immers kilometers lang doorheen een groot deel van het bos.




    Na mijn passage doorheen het speelbos bezoek ik nog een uitgedroogde vijver en een jachthut die wat dieper in het bos liggen. Maar de foto’s hiervan vind ik uiteindelijk niet speciaal genoeg om ze in dit TR te zetten. Aan de noordelijke rand van het bos hou ik nog even halt bij bivakzone ‘Steenberg’. Dit is één van de twee plaatsen in Miradal waar je legaal kan wildkamperen en de locatie zou op vrij korte tijd redelijk populair geworden zijn. Er staan zelfs een paar basisvoorzieningen zoals een waterpomp - volgens het bordje echter geen drinkbaar water - en het houten hokje op mijn andere foto. Misschien is het in de deur uitgesneden hartje niet zo goed te zien op de foto, maar dit hokje is dus inderdaad wat jullie nu denken dat het is



    Wanneer ik opnieuw de Herculesdreef bereik en naar het noorden fiets, laat ik het Meerdaalwoud definitief achter mij. De bomen langs de rand van de dreef vormen de enige verbinding met het Kouterbos. Voorlopig althans, want mijn vader beweert dat er hier in de buurt jongen bomen zijn aangepland in een poging om beide bossen ooit weer te verenigen. Het Kouterbos is klein en er valt niet veel speciaals te zien, dus hier ben ik gewoon zonder stoppen doorheen gereden tot ik aankwam bij de Onze-Lieve-Vrouw-van-Steenbergenkapel en de Minnebron. Die laatste staat in onze regio bekend als een waterbron waar je zonder problemen van kan drinken (de waterkwaliteit wordt regelmatig gecontroleerd). Buurtbewoners komen er weleens flessen vullen en ook ik heb de bron uiteraard zelf getest toen ik er passeerde. Volgens de legende zou wie van deze bron drinkt binnen het jaar trouwen - vandaar de naam Minnebron. Of het echt werkt, kan ik jullie pas over twaalf maanden vertellen



    Hier vlakbij ligt ook het Zoetwaterpark. Ooit een bekend attractiepark en volgens sommige geruchten zou ‘De Spoetnik’ die hier vroeger gestaan heeft zelfs de allereerste achtbaan van België zijn geweest. Die stelling kan ik helaas niet zwart op wit bewijzen en vandaag blijft er van het pretparkgedeelte eigenlijk niets meer over (het is nu een gewone speeltuin). Toch vormt Zoet Water een bescheiden mijlpaal in mijn persoonlijke pretparkcarrière, want de Luna Loop die hier in de jaren negentig stond was technisch gezien mijn allereerste inversie ooit. Misschien verlaagde deze wel de psychologische drempel voor mijn volwaardige inversieontmaagding in de Python anno 2001. Meer hoef ik jullie niet te vertellen over dit ex-parkje omdat Ignace er vorig jaar al zo’n mooi tripreport over geschreven heeft.

    Niet ver van het Zoetwaterpark ligt nog een klein bosreservaat, ingeklemd tussen de Waversebaan en de spoorweg Leuven-Ottignies. Deze plek heet dan ook Putten van den IJzeren Weg. Omdat het een reservaat is, mag je er officieel niet in. Maar ik negeer voor één keer het verbodsbord om op zoek te gaan naar wat volgens mijn boek de grootste plant in het hele bosgebied zou kunnen zijn: een struweel van Europese Vogelkers dat een oppervlakte van honderden vierkante meter bedekt. Men denkt dat dit één struik is die zich in alle richtingen uitbreidde via afleggers en wortelscheuten. Dat wil ik weleens met eigen ogen zien … maar helaas weet ik niet waar precies ik moet zoeken en heb ik ook geen flauw idee hoe ik Europese Vogelkers kan herkennen. Ik ben niet zo diep in het reservaat geweest, want wandelpaden ontbraken hier volledig (logisch als het verboden terrein is). Maar beneden aan de helling heb ik toch onderstaande foto genomen. Zou dit een onderdeel van die fameuze gigastruik kunnen zijn? Spijtig genoeg zullen we het nooit weten Online informatie erover is zeer schaars en in het reservaat zelf hoef ik natuurlijk ook geen toeristische borden te verwachten. Officieel mag ik hier niet eens een voet zetten. Dus ga ik er maar snel weer vandoor, in de hoop dat ik misschien toch de grootste plant van Miradal heb gezien.



    Ten noorden van Zoet Water begint het Heverleebos. Dit bos is kleiner dan het Meerdaalwoud maar er komen wel meer bezoekers omdat het dichter bij Leuven ligt. Eigenlijk heb ik dit bos een beetje oneer aangedaan door er relatief snel doorheen te rijden. Maar hier ben ik als kind wel een aantal keren geweest terwijl Meerdaalwoud grotendeels onbekend terrein was en me dus meer intrigeerde. Toch zijn er ook in het Heverleebos een aantal interessante dingen te zien.

    Niet zo heel ver van het Zoetwaterpark ligt het Monarkengraf: de bekendste en grootste grafheuvel in het Heverleebos. Waarschijnlijk dateert ook deze uit de prehistorie. De naam ervan is ook al vrij oud en bedacht door mensen die geloofden dat er onder zo’n grote heuvel wel een koning of andere belangrijke persoon begraven moest liggen. Ook vandaag is het Monarkengraf niet moeilijk te vinden omdat men er een klein wegje naartoe heeft gemaakt.



    Meer naar het noordwesten in het bos passeer ik langs een plek die De Linderonde heet. Hier heeft men lang geleden een dubbele cirkel van lindebomen aangeplant, als onderdeel van de hertogelijke poging tot nut en sier op grote schaal. Zelf vind ik de plaats niet zo goed te herkennen als ik had gehoopt. Maar ik heb er toch enkele foto’s van gemaakt.



    Op mijn kaart zie ik twee plekken in Heverleebos die aangeduid staan als ‘vrij toegankelijke zone’. Aan de ligging en de grootte ervan te oordelen zijn dit de twee speelweides waar ik als kind toch een aantal keren ben geweest. Onze lagere school had de gewoonte om elk jaar tijdens de vastenperiode voor Pasen een lange boswandeling te maken voor het goede doel. Wij moesten vooraf bij mensen in onze buurt aanbellen en hen vragen of ze deze Vastenvoettocht per kilometer wilden sponsoren. Tijdens de wandeling zelf ging de middagpauze bijna altijd door op één van die twee speelweides. Ik heb ze allebei teruggevonden. Aan weide nummer 2 heb ik minder goede herinneringen omdat ik die dag onwel werd tijdens het stappen, compleet mottig op school terugkeerde en de eerste helft van de paasvakantie ziek in bed doorbracht Op weide nummer 1 heb ik me gelukkig wel altijd goed geamuseerd.



    Onderweg tussen speelweide 2 en speelweide 1 passeer ik toevallig langs een boom waar een informatiebord bij staat. Het blijkt te gaan om een Amerikaanse eik die nu dienst doet als een soort herdenkingsmonument voor Jef Heselmans, een boswachter die aan het plakkaat te oordelen helaas niet erg oud is geworden. Een mooi idee om die man een eigen boom te geven, al vind ik het wel ironisch dat ze hiervoor een Amerikaanse eik kiezen. Deze boomsoort is uitheems en lijkt vandaag verguisd en verketterd te worden door het moderne bosbeheer (ze proberen hem vaak te kappen of op andere manieren te bestrijden). Persoonlijk geef ik ook de voorkeur aan onze natuur van hier, maar de heksenjacht op exoten vind ik toch wat overdreven. Gelukkig zullen ze dit exemplaar waarschijnlijk wel met rust laten omdat hij een aparte functie heeft.



    De zon begint al ver te zakken en het de schemering zal niet lang meer op zich laten wachten. Ik fiets nog snel even langs het Franciscanenklooster - geen foto omdat het tussen de bomen door amper te zien is - en haast me dan naar de laatste plek die ik absoluut nog wil bezoeken: het Arboretum van Heverleebos. Deze min of meer driehoekige zone ligt net te noorden van de Zessprong, een kruispunt waar zes brede wegen samenkomen en dat volgens mijn vader vroeger één van de weinige echt open plekken in Heverleebos was. Ik neem er snel een foto van en rijd dan het Arboretum binnen. Ook hier staan enkele houden beelden van Ad Wouters, zoals De Neanderthaler op de foto hieronder.



    Omdat een arboretum uiteraard een educatieve functie heeft, kom ik regelmatig informatieborden tegen. De avond begint al te vallen dus veel tijd is er niet meer, maar toch doe ik mijn best om er nog zo veel mogelijk te lezen. Ik fotografeer ook nog de twee andere beelden van Ad Wouters die hier te vinden zijn: Ignatius - een uil - en De dirigent. Ignatius staat vlak bij een groep jonge sparren die mij meteen aan Kerstmis deden denken (ook al is het nu lente).




    Nu wordt het stilaan echt schemerig … maar dat is geen probleem, want mijn grote Miradal-Trip is ten einde. Dit was de laatste halte. Gelukkig hoef ik deze keer niet zo ver naar huis te fietsen (één van de redenen waarom ik van zuid naar noord heb gewerkt). De geheugenkaart van mijn fototoestel zit bijna helemaal vol en ik heb ruim genoeg herinneringen verzameld om er een leuk tripreport over te schrijven. Hopelijk ben ik daar ook echt in geslaagd en vonden jullie deze tekst interessant genoeg om te lezen tot het einde Ik ben blij dat ik de fietstocht gemaakt heb, want in de bossen ten zuiden van Leuven is er meer dan genoeg te zien. Zelfs los daarvan is het gewoon aangenaam om eens in de natuur te zijn. Ik weet niet wanneer ik terugkom, maar ik weet wel honderd procent zeker dat ik nog eens zal terugkomen …

    Bedankt voor het lezen!
    Laatst gewijzigd door Azmidiske; 15-04-19 om 16:19.
    Once you sit back, you never go back.

  3. #3

    Re: [Foto-TR] Miradal - 24 maart en 30 maart 2019

    ha, ik dacht een nieuw pretpark te ontdekken waar ik nog nooit van had gehoord....
    Mooie reportage, al hoop ik dat die verlaten campingdelen toch ooit opgeruimd geraken. Aan de kust en in de kempen zijn er gelijkaardige taferelen terug te vinden.

  4. #4

    Re: [Foto-TR] Miradal - 24 maart en 30 maart 2019

    Bedankt voor je uitgebreide TR. Ik heb het volledig gelezen en zie er de charme zeker van in!

    Op bepaalde momenten doet het me ook wel echt denken aan enkele van de ons bekende parken:
    - vooral je eerste bezoek met de bosanemonen en de houtsculpturen zou nog mooi kunnen passen binnen Toverland
    - ook de verlaten zones en een groot deel van je tweede bezoek zie ik dan meer voor Walibi Holland.
    - de verlaten camping is inderdaad jammer, maar urbexen doe ik ook wel eens graag. Een verlaten camping hebben we nog niet gedaan, dus misschien binnenkort eens ontdekken. Het geheel zie ik dan weer passen binnen de spook'huizen' in campingthema in verschillende parken.

    Zelf had ik er nooit van gehoord, van Miradal, maar het lijkt me inderdaad wel de moeite om het eens te bezoeken per fiets. Misschien ooit, als ik eens in de buurt ben met de fiets, rijd ik er ook eens rond.

  5. #5

    Re: [Foto-TR] Miradal - 24 maart en 30 maart 2019

    Bedankt voor de reacties! Dit TR valt eigenlijk buiten de echte interessesfeer van het forum, dus ik ben toch wel blij dat een aantal mensen het gelezen hebben. La Hetraie ligt op ongeveer 20 minuten wandelen van het treinstation van Sint-Joris-Weert. Dat zou je dus kunnen combineren met een bezoek aan het Zoetwaterpark van Oud-Heverlee (of eventueel zelfs met Walibi als je niet te ver van Leuven woont en slechts enkele uurtjes in het park wil blijven).
    Once you sit back, you never go back.

Forum Rechten

  • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
  • Je mag geen reacties plaatsen
  • Je mag geen bijlagen toevoegen
  • Je mag jouw berichten niet wijzigen
  •